donderdag 29 januari 2009

Harde tijd

30 januari
Gedichtendag.

De tijd gaat zo hard
dat ik tijdens het lezen
de pagina van deze dag
al uit de gedichtenkalender
begin te scheuren.

Hij zal de hele dag nog hangen,
scheef voor de komende dagen.

Het is een harde tijd.

Dideva

29 januari
Ramsey Nasr Dichter des Vaderlands

dinsdag 27 januari 2009

Voorleesontbijt Dr. Kuyperschool

27 januari
In het kader van het Nationale Voorleesontbijt heeft de stadsdichter vanmorgen voorgelezen voor groep 3 en 4 van de Dr. Kuyperschool, een school die veel aandacht aan taal besteedt. Te horen waren o.a. de reeks gedichten Vrienden uit Willem Wilminks boekje Ik snap het: liedjes voor jonge kinderen met illustraties van The Tjong Khing. Bert Bakker, Amsterdam 1993. Twaalf gedichtjes in een vaste vorm met een strak metrum over een aantal katten die allerlei avonturen beleven in hun buurtje.
Daarna nog uit Wilminks Een hond gaat op reis. Gedichten voor verstandige vijfjarigen. Bert Bakker, Amsterdam 1992.

EEN HOND GAAT OP REIS

Een hond verdwaalde op een keer.
Ach, hij verdwaalde steeds maar meer.

Op alle straten scheen de zon.
De hond kwam aan op een station.

Dat lange ding. .. wat..zou dat zijn?
Hij dacht: misschien is het een trein.

Hij zocht een plaatsje eerste klas
omdat het daar zo rustig was.

Die avond had het jeugdjournaal
een vreemd verhaal:

Een hond ging helemaal alleen
en eerste klas naar Heerenveen.

Nu heeft zijn baas hem afgehaald
en ook de lange reis betaald

en zit de hond op zijn gemak
weer bij zijn eigen etensbak

en hij vertelt aan ieder beest:
IK BEN IN HEERENVEEN GEWEEST.


Uit eigen repertoire kwam het best wel moeilijke:

Koning zijn

Koning zijn, dat is pas fijn!
Hele dagen taartjes eten,
van de prinsjes geen kwaad weten,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Hermelijnen mantels dragen,
koninginnenpages jagen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Met een schaar door lintjes knippen,
van Oranjebitter nippen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Altijd met de scepter zwaaien,
stiekem in de schatkist graaien,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Nooit prinsessenboontjes doppen,
erwtjes in haar bed verstoppen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Saaie Troonredes voordragen,
maar alleen op Prinsjesdagen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Nooit je waardigheid verliezen,
altijd Vorst, maar nooit bevriezen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
Schaken is wel te verdragen,
hooguit mat staan, nooit geslagen,
ja, dat is pas fijn!

Koning zijn, dat is pas fijn!
’t Blauwe bloed van ’t huis erkennen,
maar alleen met kroontjespennen,
ja, dat is pas fijn!

Juf kreeg de tekst mee, om later uitleg te geven.

zondag 25 januari 2009

Installatie van Edo Zupan

De stadsdichter trad vanmiddag samen met Sansan op bij de expositie van de installatie van Edo Zupan in galerie “De Werkplaats”, Hemmelshorst 3, Borne.
De expositie is vanwege overweldigende belangstelling verlengd tot en met 22 februari. Openingstijden: vrijdag tot en met zondag van 13.00-17.00 uur en na telefonische afspraak: 074-2667626.
Gaat dat zien!


En het boek is huis geworden
waarin jij je veilig weet
en geborgen bent
als in je eerste woning

Proef hoe je moeder voedt
en hoor hoe zij spreekt
Zij kroont jou
tot koning

En het woord is lied geworden
In alle talen verhaalt het
en kaatst met haar klanken
in raten vol honing
fladdert dartel in het rond
als vlinders
gevangen in de vlucht
vastgenageld in de lucht
wijd gespreid als vrouwenbenen
tot cocon aaneen gesmeed

Wie is die smid
die ons larf laat zijn
in omgekeerde verpopping
rups
en dus onboorling?

Wie
is die smid?

Edo deed dit

woensdag 21 januari 2009

Stationsplein

21 januari 2008 bron; TCTubantia foto; Frans Nikkels

Van de leistenen op het Hengelose Stationsplein blijft door vorst en auto’s niet veel over. De boel wordt provisorisch opgelapt, tot het Stationsplein op de schop gaat. Wanneer is onbekend.

Vijfde couplet

Hengelo, o wie, zal er moeten dokken
voor de op het Stationsplein gemaakte brokken.
Blijft het korte kiss & ride hier voortaan kosteloos
of dokt wie hier in Hengelo voor Noorse leisteen koos.

zaterdag 17 januari 2009

Opening Kunstuitleen Hengelo

Zaterdag 17 januari 2009, AkkuH.

Ontmoeting 1

Wij bezochten de dame
lopend

Vanuit onze school
aan de andere kant van het station
togen wij naar dat lage onderkomen
tussen Oase en Concertgebouw

Voeten vegen
niet rennen
niet schreeuwen
niet praten zelfs
stilstaan en luisteren

En dan
kijken
nergens aankomen
niet rennen
niet schreeuwen
liefst niet praten

Wij deden de leraar na
keken
stapje voorwaarts
stapje terug
hoofd scheef

En wij zagen
dat is gegoten
dat wisten wij
dat hadden we geleerd
maar wij
kenden andere vormen

De vormen die wij kenden
dienden een doel
dit hier
was enkel om naar te kijken
niet aankomen

En wij zagen
dat is geschilderd
dat hadden wij ook geleerd
maar wij konden het beter
het hele vlak egaal
zonder strepen of aanzet

Weer terug op school
tekenden wij
doorzichtige bloemvazen en flesvormen
op grauw schetspapier
en later
weer staand aan de tekentafel
hefwerktuigen


Ontmoeting 2

De diepliggende dubbele deur
en een eindje daarachter
links om de hoek
de zaal
onder het sheddak

Wat er ook getoond wordt
dat dak wint het bij mij
met een mengeling van vertrouwd
en misplaatst
Minstens zo zwaar
leunt de ruimte
waarin de uitleen zich bevindt
over de gestapelde en schijnbaar lukraak
geplaatste kunstwerken

Een soort paniek
verraadt
dat mijn blik op kunst
in de loop der jaren
is veranderd

Deze ordening benauwt mij
dit wil ik eigenlijk niet meemaken
beelden van barakken
in Bergen-Belsen en Auschwitz
dringen zich op

We moeten focussen
raadde iemand mij ooit aan

Ja, dan…
dan is er veel moois te zien


Ontmoeting 3

Een oude dame
trekt in
bij een oude heer

Geen luxe overdaad
maar eenvoudig
en functioneel
biedt de ruimte hier zich aan

En ruim is het
en licht
en warm

Zijn er hiaten?
Gaten?
Zeker wel
En buiten op straat
daar struikel je
en waad je
door de plassen die er staan
dat zal nog wel een tijd zo blijven

Maar de dame is voldaan
en met een sprankelwit
en nieuw gebit
bijt zij zich vast
in haar taak voortaan

Groeien en verbreden
tot de randen van de kunst

Als een speeltuin-oppas-oma
leert zij kinderen
ontdekken

Huurders, kijkers, kopers
kunnen hier hun hart ophalen
en bij wie al kunst bedrijft
wil zij inspiratie wekken

Zie hoe deze
een beetje elitaire
en elektrotechnische
combinatie
een potentieel biedt
met louter positieve polen

maandag 5 januari 2009

Hengelose Wandel Unie

Zondag 4 januari 2009.
Nieuwjaarsreceptie bij de Hengelose Wandel Unie.
Wie had dat gedacht: Ik, Fred van de Ven, Stadsdichter ven Hengelo, bij de Wandel Unie.
Ik heb helemaal niks met wandelen, want wandelen doet mij pijn.
In de benen.
Wandelen wordt wankelen,
dat heb ik ermee
die ene letter verschil
dat treft mij.
De nuance van het woord
en de benadering van die ene letter
en de verschillende andere letters.
Neem nu die samentrekking
die bij jullie bekend is sinds 1999:
WaCuNa.
Kijk, dan spits ik mijn oren,
dan loop ik op mijn tenen,
dan kijk ik reikhalzend uit.
Dat treft mij diep in mijn dichtersziel,
want hier meen ik verwantschap te herkennen
WaCuNa betekent: Wat Cursief Naderen,
scheeflopend dichterbij komen,
op de hoede zijn.
Niet te verwarren met Over De Schreef Gaan.
Nee, recht zo die gaat.
Oogjes op steeltjes
en behoedzaam op je doel af.
Als een krab als het ware.
Dichterbij komen,
het woord zegt het al!
En ‘cursief’ daar weten wij dichters alles van.
Een gedichtje is al een soort cursiefje.
En dat die geschreven worden staat buiten kijf,
in schuinschrift,
waarbij men bij voorkeur niet over de schreef gaat,
want het moet niet schunnig worden.
Nee, keurig tussen de lijntjes blijven,
daar zijn dichters goed in.
Zoals een wandelaar rondstapt in het buitengebied,
zo struint een dichter het taalgebied af
en kijkt onderweg zijn ogen uit bij wat hij zoal aantreft.
Laatst bijvoorbeeld keek ik in het woordenboek Nederlands Twents
van Mr. K.D. Schönfeld Wichers bij het lemma ‘lopen’.
Ik wist niet wat ik zag;
Ruim honderd verschillende woorden en uitdrukkingen in het Twents voor het Nederlandse lopen:

Loopn Mr. K.D. Schönfeld Wichers, Rijssen

Streempstraampn, forkn, vootn, dribbeln, troffeln, spalkn.
Kröppeln, krukn, hökkeln, höaltn, hökkelig loopn, hoompeln, maank goan, valnd goan, krökln, smokn, skommeln, plarken, zweain, zwiebeln op de bene, komn anskoevn, slofn.
n Trad r in hebn, komn anstriedn, steaveln, steandern, skoorn, stroef verdan klöttern, stengeln, op t hoes op an tiegn.
Hak op nemn, de zökke dr in zetn, t verloop oethangn, de pöale trekn, hard vortloopn, um smeern.
Veanstern, geiseln, vlechtn, neageln, höakern, stoevn, rönn, pöaln, loopn o'j dreug heui hebt, met n rapkloomp, komn anbärstn, komn andraavn.
Oord anstapn, anstrean, ansteaveln, ansteandern, vlechn al wat t kan, op n sjoksjak, de bene dr oondr hen hebn.
Baggern, pooldern, pofn, poern, kneadn, booltern, posken, vosken, boolterig loopn, stipn, stommeln, baeldern, kreanseln.
Goan, op de billewage, in t roonde dweln, gängeln, bänjern, stiepstapn, der hen stapn, op de kökn op an kökkern, hökkeln um t hoes, bungeln um de dure, kloestern um n heerd, heandig hen stiepstapn, der hen tukn, op eier loopn, hoikn.
Dreain met de schoolders, hier en doar n been tooscheetn, komn anstriekn, an komn steavln, der hen stiefeln, piel in n ean loopn, zoo stael as nen stork, nöes de schone loopn, der hen stapn as n dreestuversheanken, komn ankleistern, komn ankruuin, komn anslofn met n start tusken de bene, an komn schoevn met n nös an de groond.
Deijn, klepn um de dure, schungeln, schooin langs de dure, klosken, klabasken, der hen bosken.

Zoo, ofloopn.


Of, tijdens het snuisteren in dat mooie boekje Zunlech van Theo Vossebeld uit Beckum:

De Bromvlege van Theo Vossebeld, Beckum

Ik wet wa
de bromvlege
is ne rotvlege
den geet oe
op’t etn zitn
en drit oe
op de roetn
ma toch...

Ik wet wa
de bromvlege
is nen vleegndn
groezel
den oe aait
onröstig maakt
en döt zeukn
na n vleegnklapper
den vort is
ma toch...

Ma toch
a’j allene
de bromvlege heurt
op nen zommernoamiddag
onder de beume
dan is t der röstig

En at de vlege dan
eavn bi-j oe kump zitn
in t deepblauw
met t greun en t gel
en den gooldglaans
dan zo’j geern wiln
da’j zoo nog lange
bi-j mekaar
konn blievn


En, even verder, helemaal tot stilstand gekomen:

Koerken van Theo Vossebeld, Beckum

As ik zoo na n bos hen kieke
woer ik wat dache te zeen
heur ik achter mi-j
ne torteldoeve

De doeve koerket

ik luster

en blieve lustern

tot e oetscheadt
en ik wier na n bos hen kieke
woer ik wat dache te zeen


Gezongen werden de Trioooliedjes
Eul
Weglopenblues
Oonze Iene
Op nen dag (tekst Willem Wilmink)

Oog hebben voor het onooglijke;
Lof van het onkruid van Ida Gerhardt

Godlof dat onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.

Achter de stoomwals valt weer zaad:
de bereklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.

Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:

'gij die millioenen hebt ontrecht:
zij kómen - uw berekening faalt.'
Het onkruid wint het laatst gevecht.


Een herinnering uit de jaren vijftig;
Scheve Theo

In de jaren vijftig liep er een wonderlijk mannetje door onze straten die, omdat hij zijn hoofd scheef op zijn schouders droeg, scheve Theo genoemd werd.
Hij was een mongool, een verstandelijk gehandicapte jongen van onbestemde leeftijd. Met zijn lotgenoten werkte hij bij de sociale werkplaats waar allerlei eenvoudige huishoudelijke artikelen werden vervaardigd, zoals bezems, handstoffers, borstels, deurmatten, mattenkloppers en dergelijke.
Scheve Theo was dan wel verstandelijk gehandicapt, maar toch nog wel zo kien dat hij met die producten langs de deuren mocht venten. Meestal goed gehumeurd en enthousiast begaf hij zich dan met zijn handkar vol waren in het verkeer.
Op een dag kwam hij zo voorbij de huishoudschool waar op dat moment een paar meiden rondhingen die blijkbaar pauze hadden of namen.
Zij spraken hem aan:
"Goh, Theo, wat hebt wiej heurt, goa'j morn dood?"
"Nee", zei Theo,"ik goa morn nich dood!"
"Joawa, Theo, ie goat morn dood." drongen de meiden aan.
"Nee, nee, ik goa nich dood." sputterde Theo nog tegen, maar de meiden die wel wisten hoe ze een kerel het hoofd op hol moesten brengen, maakten het af met: "t Is echt woar, Theo, iej goat morn dood, t stun zölms in de kraant."
Verslagen ging Theo op de stoeprand zitten huilen, want hij wist heel goed wat de overlijdensadvertenties betekenden. Dat hij er niet bij stil stond dat zo’n adver¬tentie altijd geplaatst werd ná het overlijden van een persoon in plaats van ervoor, kan men hem moeilijk kwalijk nemen. Sterker nog, een achterlijke jongen die zo op de feiten vooruit loopt kan ons tot voorbeeld dienen; Memento Mori!

Trouwens, dat op de feiten vooruit lopen deed hij ook letterlijk. Vooral als dat feit een drumband of fanfarekorps was. Dan liep hij met grote passen en wijd zwaaiende armen voorop roepend: "Oet de kaant, oet de kaant!" en verzekerde zo de band een vrije doorgang. Tot de band ergens afsloeg waar hij rechtdoor ging, dan nam het feit een loopje met hem.

Later op de dag was Theo dat voorval bij de huishoudschool weer vergeten en kon men hem langs de huizen zien gaan, op voordeurbellen drukkend. Bij het open¬doen zei hij dan: "Wat ne olde matte he'j toch lign, iej könt oe wa ne nieje nemn."
Of hij stapte onaangekondigd ergens een achterdeur binnen met de mededeling: "Ik heb dorst, in een appel."

Verder werd voorgedragen de hier al eerder gepubliceerde;
Zweep
Stadsdichter van Hengelo
Oud en Nieuw.
Swaffeln
Hengelo or not


Lochem

Goa nich noar Lochem vuur de leefde
- of t möt wean dat t r vrös -
van doa of goat ze doar an t zweetn
iej vernemt t aan de loch:
leefde rok.

Goa nich noar Lochem vuur de leefde
ok a is t weer wier lös
zunnehette döt oe reevn
grommelschoern oawer t grös:
leefde löcht.

Goa nich noar Lochem vuur de leefde
ok a löpt de deerntjes lös
op en um nen bearg as vleegn
wel nen leefdeklapper zöch:
leefde vöch.


De Hengelose Wandel Unie 4 januari 2009

Zie je daar die wandelaar
die zich rept van hort naar haar?
Van haar naar hort het hele jaar
en niet alleen in juni.
Nee, die echte bikkel daar
is van de Wandel Unie.

En zie daar dat vieve paar
met dat onverzorgde haar?
Ze doen niet aan mode daar
en gaan niet ter communie.
Nee, die twee die wand’len naar
hun club, de Wandel Unie.

In de eerste week van ’t jaar
komt het hele clubje daar.
Vraagt ook nog een rijmelaar.
Die zit met d’ handen in ’t haar,
want zijn gedicht is nog niet klaar.
Niemand kan hem helpen daar.
Nee, geen mens, ook u niet!
Zijn probleem is zonneklaar:
Wat rijmt nog meer op unie?

vrijdag 2 januari 2009

Café Veldkamp

In juli stonden de Hengelose biljartclubs op straat. Biljartcentrum Veltkamp aan de Oldenzaalsestraat werd wegens een ruzie over een nieuw huurcontract ineens gesloten.

Café Veltkamp

De groene lakens zijn met band en al verkocht.
Wie de keu hanteerde keert er niet meer terug.
Geschoten wordt er met kanonnen op een mug;
Café Veltkamp vliegt gierend uit de bocht.

Die biljartclubs, leggen die nu ook het loodje?
Nee, die hebben ballen, die kunnen tegen een stootje.

Nieuwjaarsreceptie Gemeente Hengelo

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Gemeente Hengelo in de Burgerzaal van het Stadhuis mocht de Stadsdichter een aantal gedichten voordragen.
Naast het hier reeds eerder geplaatste Stadsdichter van Hengelo en Oud en Nieuw was er te horen;

Swaffeln

Is dat nieje Nationaal Muziek Kwartier biej oeleu a swaffeld?, vreug ik Bob, den Eansker Stadpoeet.

k Dach van nich, deu’re wierum.
En biej oe dan, in Hengel, doot ze doar a n betke swaffeln?

Joa, man, vurige wek nog.
Ut gemeentebestuur hef heel Hengel swaffeld met de Lange Wemen!


Zinloos

Voorspellen is zinloos, indien
ik gisteren al kon vertellen
wat ik vandaag zou voorzien:
dat ik morgen niet zal voorspellen,
omdat dat dus zinloos zou zijn.

Dan kon ik dat evenzogoed
eergisteren al laten horen,
maar daarvoor ontbrak toen de moed.
Weet alles maar eens van tevoren,
dan wanhoop je wel op termijn.


Hengelo or not

‘To be or not to be’ schreef Shakespeare,
toen Huyze Hengelo hier al stond.
Ruim tweehonderd jaren later
kwam de gemeente van de grond.

Aan ’t einde van de laatste oorlog
trof Hengelo een bitter lot,
maar die zware bommenregen
kreeg haar groeikracht niet kapot.

Nu, anno tweeduizendennegen,
begint het, na kordaat gesnoei
bij Hart van Zuid en Lange Wemen,
dapper aan een derde bloei.

Sinds mijn geboort’ voor zestig jaren
groeide ik mee met deze stad
en sinds een paar maand geef ik daarvan
uiting met mijn woordenschat.

Nog zestig jaar zal mij niet lukken
veel eerder haalt mij Magere Hein.
Hoe Hengelo blijft, that is the question…
Voor nu geldt: Hengelo, wij zijn!... Fijn!


En daarnaast natuurlijk ook een goed en gezond 2009 gewenst voor iedereen!