dinsdag 18 mei 2010

Poezie in de bieb - Borne vol kunst


Oud-Bornenaar Ellen Deckwitz trad op. Slampioen van Nederland en winnares van de Meander Dichtersprijs 2009. Het was een mooie plek om een paar Hengelo-gedichten te doen die nog niet elders waren te horen:

Van Gieterij tot ROC
Wie niet leren kon of wou
kwam terecht in dit gebouw
met roetbeslagen ruiten.
Stof en stank en vuur en vlam
belegden hier hun boterham
en hielpen hen aan duiten.



Lof; voor wie zich staande hield,
ook voor wiens welzijn werd vernield,
wie niet bestand was tegen
vloeibaar staal, zo duivels heet
dat, waar die gore duivel scheet
de hel gloort in vonkenregen.

Toen niemand meer producten wou
uit deze helse heksenbrouw
toen doofden hier de vuren.
En wie op straat stond zag nog as
achter het zwart gebarsten glas
en door kapotte muren.

Maar als een andere ooievaar
verhief een Feniks zich aldaar
op betonnen storkse stelten,
om wat van vroeger overschoot
met wat modern vernuft hem bood
voor altijd te versmelten.

Zo draagt hij als een warme jas
zijn vleugels, elk bekleed met glas,
om geen warmte te vermorsen.
Met zeven vingers aan één vlerk
en met de andere zo sterk
dat ie ‘t Twentse Ros kan torsen.

Het is geen staal meer dat hier vloeit.
Met kennis wordt er nu gestoeid
en vele vaardigheden.
En een briljante toekomst gloort
voor wie ‘n diploma heeft gescoord
met respect voor het verleden.



Lambertuskermis Hengelo
Bij ons in huis stond bovenin de kast een blikken bus.
Wie losse centen, dubbeltjes of stuivers over had
die wierp ze in die hoge bus, zo groeide onze schat.
Voor ‘Sint Lambertus’ werd gespaard. Ons kermispotje dus!

Soms ging ik met zo’n dubbeltje of stuiver aan de haal.
Bij ’t Liepke kocht ik daar dan salmiak of duimdrop voor.
Hoe onschuldig ik ook keek… Annie had mij wel door.
Zij wist: ik nam een voorschot op ons kermiskapitaal.

Naar half september keek ik uit en sprong dan op de fiets
benieuwd naar wat de kermis ons dat jaar te bieden had.
Een schiettent, ‘swingmill’, spookhuis, kwam daar ook een reuzenrad?
Botswagentjes en snoepgoed, voor ieders wil wel iets.

Het blik werd uit de kast gehaald, op tafel omgekeerd,
het geld geteld, gelijk verdeeld, met zakgeld aangevuld,
het haar gekamd, de mooiste kleren aan vol ongeduld
en dan werd er geswingd, gedraaid, geschoten en verteerd.

Nu ben ik ouder,
en kijk er anders tegenaan.
Die drukte en die herrie
kunnen mij niet meer vermaken.

Wel plezier beleef ik
aan de blije snoeten
van kinderen die ik sponsor
bij hun kermisgang.

Ik mis het blik.
Ik mis die blik
van Annie van ’t Liepke.

Fred van de Ven
Stadsdichter 2008 - 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen