vrijdag 3 februari 2017

Zonder dichter geen stad

Marijke Agterbosch, stadsdichter in Hengelo, schreef vorig jaar een gedicht over de wijk Klein Driene. "Gewoon de wijk in en dan kijken." Het resulteerde in regels die lezen als een portret. "Het is een typische Wederopbouwwijk. Flats uit de jaren 50, met een opmerkelijk groot aantal alleenstaanden. En heel veel verschillende culturen. Hengelo kent er 122. Door dat op een mooie manier op te schrijven, open je de ogen van de mensen."



Ze is sinds een jaar in functie. Agterbosch (69) neemt haar taak als stadsdichter bloedserieus. "Je beschrijft de werkelijkheid voor mensen uit je stad. Dat is een geweldige opdracht." In Twente is ze niet de enige. Behalve Hengelo, kennen ook Enschede, Oldenzaal en Ootmarsum het fenomeen stadsdichter. Waren er twintig jaar nog slechts twee stadsdichters in functie, inmiddels is dat aantal uitgegroeid tot 54.

"Een stadsdichter houdt de stad een spiegel voor", zegt cultuurwethouder Jeroen Hatenboer, groot pleitbezorger van het ambt. Met een bedrag van jaarlijks 5.000 euro houdt zijn stad sinds 2007 het stadsdichterschap in stand "Het hoort bij Enschede. Poëzie is, zeker in deze tijd, hard nodig. Je legt je heden vast voor de toekomst in taal. Al die gedichten bij elkaar geven ook een mooi tijdsbeeld, anders dan van een archivaris. Een stad zonder stadsdichter is geen echte stad."

Aanmerkelijk minder rooskleurig is de situatie in het naburige Hengelo. Agterbosch, de vijfde in de rij, ziet zichzelf als een verkapte vrijwilliger. "De gemeente gaf ooit 10.000 euro per jaar. De helft daarvan ging naar de dichters zelf. In de bezuinigingsgolf van twee jaar geleden is deze subsidie gesneuveld. Dat ik nog wat geld krijg, dank ik aan mijn voorganger. Die heeft zijn geld niet opgemaakt, maar een deel achtergelaten voor zijn eventuele opvolgers."

In Almelo, toch een van de grotere steden, ontbreekt een stadsdichter zelfs volledig. Gemeentewoordvoerder Marcel Pullen heeft geen idee waarom. "We doen genoeg voor cultuur, daar ligt het niet aan. Maar als er een initiatief uit de burgerij zou komen, spelen we daar graag op in."

Hoe kritisch mag je als stadsdichter zijn? Margót Veldhuizen, kersvers stadspoëet te Enschede, zegt zich op geen enkele manier belemmerd te voelen. "Ik schrijf wat ik moet schrijven. Dat heb ik altijd gedaan. Als stadsdichter ben je toch een beetje de ogen en oren van de burgerij. Je schrijft op wat je voelt, ook al is de waarheid soms onaangenaam."

Een van haar voorgangers, Moes Wagenaar, herinnert zich nog problemen met ambtenaren toen een van haar gedichten te kritisch was over de stad. "Er wordt toch van je verwacht dat je aan stadspromotie doet." Voor wethouder Hatenboer staat echter de artistieke vrijheid voorop. "Ik sta daar persoonlijk voor in. Ik kan me er niets bij voorstellen dat ik me als bestuurder zou bemoeien met de inhoud van een gedicht."

De stadsdichter van Enschede levert maandelijks één gedicht. Daarnaast kunnen allerlei gebeurtenissen in de stad aanleiding zijn om - al dan niet in opdracht - een gedicht te schrijven. Als vergoeding ontvangt hij of zij 1.600 euro per jaar. In Oldenzaal schrijft stadsdichter Dennis Kamst eens in de twee maanden voor een tarief over alles wat hem beroert. "Dat loopt van de problemen in de zorg tot de huldiging van de zusjes Wevers en stadsbrouwerij Bombazijn. Ik krijg ook veel respons. Het wordt gepubliceerd in de krant. Mensen lezen het toch. Wat ik ervoor krijg? 100 euro per gedicht. Maar ook als ik dat niet kreeg, zou ik het gewoon blijven doen."

In Ootmarsum is het stadsdichterschap vooralsnog een experiment. Marian Oude Elberink, theologe van huis uit, is de eerste. Ze won dit voorjaar een gedichtenwedstrijd, waarna een wethouder van de gemeente Dinkelland haar benaderde. "Die zag het al helemaal zitten: een gemeentedichter. Maar uiteindelijk heb ik toch maar besloten me tot Ootmarsum te beperken. Er is in Dinkelland maar één stad, en dat is Ootmarsum."

Hatenboer: 'Ik kan me er niets bij voorstellen dat ik me als bestuurder zou bemoeien met de inhoud van een gedicht'
Een stad zonder stadsdichters is geen echte stad, vindt wethouder Jeroen Hatenboer. De regio kent er vier. "We zijn de ogen en oren van de burgerij."

Tubantia 3 februari 2017
Herman Haverkate

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen