vrijdag 31 januari 2020

Ode aan de dichters

De aarde draait, de aarde draait, dan
plots ontwaar ik jou, aan draadjes slechts.
Wij droegen elkaar op handen, knipper
twee keer snel met de oogleden klik klik.

Kan precies aanwijzen waar verlatenheid
begon, gestolde binnenkant van een seconde.
Veeg veeg het hoofd leeg en leer vandaag 
van de fouten van gisteren,

Een wervelwind van gevoelens trekt door
verlaten straten, venusheuvels glanzen,
verdwaal in velden met dorre bloemen, 
geen boom is bang om los te laten.

Ik denk dat ik best veel huil voor iemand 
die nooit huilt, al zullen we nooit zinken 
met onzen houten kop: Red ons van 
de ondergang, de Beerenburg is op.



Hettie Franken
Stadsdichter Hengelo 2019 - 2021

In de poëzieweek te gast bij de DIE dichters in Enschede en bij Podium Praatjesmakers in Hengelo.
Dit gedicht is ontstaan uit citaten van de DIE dichters en van dichters Podium Praatjesmakers

donderdag 30 januari 2020

Poëzie


Zocht naar woorden,
woorden met gewicht,
doorwrocht,
te ver gezocht.

Woorden zijn dichtbij,
liggen op straat
voor ’t oprapen


Hettie Franken 
Stadsdichter Hengelo, 2019 - 2021 
Januari 2020


woensdag 15 januari 2020

Voor Chantal

En als ik dan denk, denk aan jou,
jonge vrouw, je voetstappen op straat,
werk gedaan, wangen nog gloeiend,
gloeiend van dampen uit potten
en pannen, oren nog tuitend,
tuitend van ’t gepraat en gelach
van de gasten, je gaat naar huis,
denkt aan morgen, aan kerst.

En als ik dan denk, denk aan jou,
jonge vrouw, dat jij daar opeens,
opeens zomaar ligt, zinloos belaagd,
het niet begrijpt, niets meer kunt
grijpen, niet je moeder, je vader,
je langzaam wegglijdt, op die
koude grond, de tijd stilstaat.

En als ik dan denk, denk aan jou,
jonge vrouw, aan de mensen die je
liefhebt, die jou liefhebben, de pijn 
van gemis, dan wordt het stil

Hettie Franken
Stadsdichter Hengelo 2019 - 2020



Zondag 12 januari 2020 werd in Hengelo een stille tocht gehouden te nagedachtenis aan Chantal de Vries en als steunbetuiging aan haar familie. De moeder van Chantal droeg dit gedicht van Hettie Franken voor.